Uitspraak
ALMINTON COMPANY N.V.,
,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank dat zijn vorderingen tot inning van tegoeden van de slapende vennootschappen Alminton en Mill-Valley afwees. De zaak betreft een complexe rechtsverhouding rondom een cessieovereenkomst uit 1982 waarbij rechten uit een security agreement werden overgedragen van een trustee aan appellant.
De feiten betreffen stortingen van US$ 205.000 per vennootschap bij een bank in 1981, waarbij een security agreement werd gesloten met een advocaat als trustee. In 1982 droeg deze advocaat zijn rechten uit de security agreement over aan appellant. De vennootschappen waren geen partij bij de cessieovereenkomst, maar tekenden wel voor akkoord. De bank was in liquidatie en de vennootschappen waren ontbonden of slapend.
De Privy Council oordeelde in 2012 dat de cessieovereenkomst slechts de overdracht van de security betrof en niet de crediteurenrechten van de vennootschappen. Het Hof volgt deze overwegingen en stelt dat appellant niet bevoegd is om de tegoeden van de vennootschappen te innen. Ook het argument dat de cessieovereenkomst rechtsgeldig is en dat het Hof het vermeende gebrek zou moeten helen, wordt verworpen.
Het Hof concludeert dat de vorderingen van appellant ongegrond zijn en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Omdat de vennootschappen niet zijn verschenen, wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat appellant niet bevoegd is de tegoeden van de vennootschappen te innen en wijst zijn vorderingen af.