Uitspraak
BRIELLA N.V.h.o.d.n.
CABANA BEACH BAR & RESTAURANT,
1.Het verloop van de procedure
het Hof. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden, die het woord hebben gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een hoger beroep van Cabana tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg Sint Maarten over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een serveerster na orkaan Irma. De arbeidsovereenkomst bevatte een calamity provision die de werkgever toestond na twee maanden loonbetaling te staken en de arbeidsovereenkomst te beëindigen bij calamiteiten.
Na de orkaan Irma in september 2017 stopte Cabana met het uitbetalen van loon en verzocht zij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke door het GEA werd toegewezen zonder vergoeding. De werknemer stelde dat de beëindiging nietig was en dat zij recht had op loonbetaling.
Het Hof oordeelde dat er geen sprake was van wederzijds goedvinden en dat de werknemer haar rechten niet had verspeeld door tijdsverloop. De calamity provision werd nietig verklaard omdat deze in strijd is met het gesloten stelsel van het ontslagrecht, dat vereist dat ontslag alleen met toestemming van de bevoegde autoriteit kan plaatsvinden.
Het Hof bevestigde het vonnis van het GEA dat Cabana 50% van het loon moest betalen tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op 5 december 2018 en veroordeelde Cabana in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en verklaart de calamity provision nietig; Cabana moet 50% van het loon betalen tot 5 december 2018.