Uitspraak
Procesverloop
Ingevolge het tweede lid is CBCS belast met de uitvoering, voor rekening en risico van de Landen, van de RDCS.
Ingevolge artikel 10 bestaat Pro het lopend betalingsverkeer uit betalingen en ontvangsten aan, onderscheidenlijk van, niet-ingezetenen ter zake van goederen, diensten, inkomsten en inkomensoverdrachten, die nader worden uitgesplitst in voorschriften of bepalingen bij of krachtens de RDCS gegeven.
Ingevolge het tweede lid is het betalingsverkeer met het buitenland, bedoeld in het eerste lid, in beginsel vrij. Deze vrijheid kan worden beperkt door voorwaarden, voorschriften of bepalingen bij of krachtens de RDCS gegeven.
Ingevolge artikel 11 is Pro, behoudens het in artikel 10 vermelde Pro betalingsverkeer, al het overige betalingsverkeer met het buitenland, waaronder mede te begrijpen het kapitaalverkeer, verboden anders dan krachtens een vergunning.
Ingevolge het tweede lid, is het verrichten van of meewerken aan handelingen, die betrekking hebben op, dan wel leiden tot het betalings- en kapitaalverkeer, bedoeld in het eerste lid, alsmede het stellen van garanties, borgtochten en andere zekerheden tot het verrichten van of meewerken aan deze handelingen aan ingezetenen, verboden anders dan krachtens een vergunning.
Ingevolge artikel 17, eerste lid, is voor zover voor het verrichten van of meewerken aan handelingen bij of krachtens de RDCS een vergunning of ontheffing vereist, CBCS bevoegd tot het verlenen van de vergunning of ontheffing.
Ingevolge artikel 18, eerste lid, verleent CBCS de vergunning of ontheffing, bedoeld in artikel 17, eerste lid, indien voldaan wordt aan de bij de voorschriften van CBCS te stellen eisen met betrekking tot integriteit. CBCS draagt zorg voor de openbaarmaking van deze voorschriften.
Volgens artikel 1, aanhef en onder 1, van de Beleidsregel Betrouwbaarheidstoetsing CBCS (hierna: de BBT-CBCS; www.centralbank.cw) wordt in het kader van dit beleid onder betrouwbaarheid verstaan, het zich onthouden van een of meer gedragingen die naar het oordeel van CBCS in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler.
Volgens artikel 1, aanhef en onder 2, valt onder gedragingen ten minste een gedrag (een doen en/of nalaten) dat blijk geeft van de afwezigheid van eigenschappen als:
a) waarheidslievendheid;
b) verantwoordelijkheidszin;
c) wetsgetrouwheid;
d) openheid;
e) oprechtheid;
f) prudentie;
g) punctualiteit;
h) onkreukbaarheid;
i) discretie;
j) rechtschapenheid;
k) eventuele (nader te bepalen) overige eigenschappen.
Volgens artikel 4 beoordeelt Pro CBCS omtrent de betrouwbaarheid van de betrokkene door op basis van diens antecedenten te toetsen ofwel na te gaan of die blijk geeft of heeft gegeven van zodanige gedragingen waardoor diens betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat.