ECLI:NL:OGHACMB:2020:123
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over grondhuur, natrekking en huurinkomsten bij gebouwde opstal
In deze zaak staat centraal of [Appellante] recht heeft op vergoeding van de waarde van een huis dat zij heeft gebouwd op grond die eigendom is van haar dochter [Geïntimeerde]. Het geschil betreft grondhuur, natrekking en de rol van genoten huurinkomsten. Het hof verwijst naar eerdere tussenvonnissen en een comparitie waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht.
[Geïntimeerde] stelt dat het oorspronkelijke plan was om alle kinderen een stuk grond met huis te schenken, maar dat dit door omstandigheden slechts bij haar volledig is uitgevoerd. [Appellante] betoogt dat zij het huis voor haar drie kinderen heeft gebouwd en de huuropbrengsten gebruikte voor opvoedkosten. Het hof oordeelt dat [Appellante] niet zonder meer mocht aannemen dat zij over de waarde van het huis kon beschikken, omdat het op grond van haar dochter staat. Bovendien is onvoldoende bewijs geleverd dat [Geïntimeerde] zich juridisch heeft verbonden tot overdracht van het huis.
Het hof stelt vast dat [Appellante] het huis heeft verhuurd en de huurinkomsten tot 2017 heeft gehouden, maar wettelijk slechts gerechtigd was dit te doen gedurende de minderjarigheid van [Geïntimeerde]. Ook is niet gebleken dat [Appellante] inzicht heeft gegeven in de bouwkosten, noch dat zij haar investeringen niet heeft terugverdiend. Daarom kan geen verplichting tot vergoeding van de waarde van het huis worden aangenomen op grond van redelijkheid en billijkheid.
Wel kan de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat [Geïntimeerde] leningen voor bouw of onderhoud dient over te nemen, indien die er zijn. Het hof geeft [Appellante] de gelegenheid om bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat nog leningen openstaan, waarna [Geïntimeerde] kan reageren. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 26 mei 2020.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van de waarde van de opstal wordt afgewezen tenzij bewijs van openstaande leningen wordt geleverd.