Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De gronden van het hoger beroep
3.Beoordeling
KRK v. [Geïntimeerde]-[Naam 3], uit van het volgende:
KRK v. [Geïntimeerde]-[Naam 3]).
KRK v. [Geïntimeerde]-[Naam 3]).
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft het hoger beroep van KRK Corporation B.V. tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten over de ontbinding van een arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 2006 in dienst was. Het geschil omvat loonbetalingen, een zwartgeldbeding en een cessantia-uitkering.
In eerste aanleg was KRK niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en werd zij veroordeeld tot doorbetaling van loon. Partijen sloten een procesovereenkomst waarin zij het Hof verzoeken de beëindigingsdatum en de vergoeding vast te stellen. Het Hof stelt de ontbinding vast per 1 juli 2020.
Het Hof bevestigt de eerdere loonveroordeling tot de ontbindingsdatum, inclusief vakantiedagen en wettelijke verhogingen. Tevens sluit het Hof aan bij de beschikking over het zwartgeldbeding en veroordeelt KRK tot betaling van US$ 16.599,96 plus rente. Daarnaast kent het Hof een cessantia-uitkering toe van NAf 32.884,50 bruto, berekend over 14 volle dienstjaren. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Hof ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2020 en bepaalt de loonbetalingen, zwartgeldvergoeding en cessantia-uitkering ten gunste van de werknemer.