Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De gronden van het hoger beroep
3.Beoordeling
KRK v. [Naam 3], uit van het volgende:
KRK v. [Naam 3]).
KRK v. [Naam 3]).
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen KRK Corporation B.V. en een werknemer centraal. Na een langdurig conflict en diverse eerdere procedures, waaronder kortgedingen en vaststellingsovereenkomsten, is het geschil voorgelegd aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Het Hof stelt vast dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat, voortvloeiend uit een eerdere overeenkomst met Genoa Jewelers. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2020, gezien het feit dat de werknemer al geruime tijd geen werkzaamheden verricht en partijen een spoedige beëindiging wensen.
Daarnaast veroordeelt het Hof KRK tot doorbetaling van het overeengekomen loon tot de ontbindingsdatum, inclusief niet-uitbetaalde vakantiedagen en wettelijke verhogingen. Tevens wordt een cessantia-uitkering toegekend op basis van de Cessantialandsverordening, berekend op tien volle dienstjaren tegen het bruto weekloon, wat resulteert in een bedrag van NAf 5.307,70 bruto.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het Hof wijst verdere vorderingen af en verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Hof ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2020 en veroordeelt KRK tot betaling van achterstallig loon en een cessantia-uitkering.