Uitspraak
1.[Geïntimeerde 1 in hoofdzaak],
[Geïntimeerde 2 in hoofdzaak],
[Geïntimeerde 3 in hoofdzaak],
[Geïntimeerde 4 in hoofdzaak],
[Geïntimeerde 5 in hoofdzaak] ,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat centraal de vraag of de vennootschap Pinole Holding Inc. als geïntimeerde kan worden beschouwd in het hoger beroep dat [Appellante in hoofdzaak] heeft ingesteld tegen meerdere geïntimeerden. Pinole had in eerste aanleg een vordering ingesteld ter zake van huurpenningen, maar werd door het Gerecht afgewezen omdat een rechtsgeldige cessie aan de erfgenamen was toegekend.
Pinole stelt primair dat zij als geïntimeerde in hoger beroep moet worden betrokken vanwege haar gerechtvaardigd belang bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de cessie. Het Hof oordeelt echter dat Pinole niet als geïntimeerde kan worden aangemerkt, omdat [Appellante in hoofdzaak] haar uitdrukkelijk niet als geïntimeerde heeft genoemd en geen beroep instelt tegen het vonnis dat haar betreft. Het Hof benadrukt dat het appelprocesrecht bepaalt dat alleen partijen die in hoger beroep zijn gedagvaard als wederpartij gelden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, welke hier ontbreken.
Subsidiair faalt het beroep van Pinole op de exceptio plurium litis consortium, omdat geen sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding die een eensluidende beslissing over alle betrokkenen vereist. In het incident tot tussenkomst wijst het Hof de vordering van Pinole af en veroordeelt haar in de kosten. Het incident tot zekerheidstelling wordt eveneens afgewezen, waarbij de proceskosten worden gecompenseerd. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor schriftelijk pleidooi en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot tussenkomst van Pinole wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten; de vordering tot zekerheidstelling wordt eveneens afgewezen.