Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
1.[Appellant 1],
[Appellante 2],
HET LAND SINT MAARTEN,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak hebben appellanten, oorspronkelijk eisers in eerste aanleg, hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 14 november 2018 van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. Na indiening van de memorie van antwoord door het Land Sint Maarten hebben appellanten op 15 mei 2020 het hoger beroep ingetrokken.
Het Hof interpreteert deze intrekking als een eisvermindering tot nihil, waarmee de vordering van appellanten komt te vervallen. Het Land heeft vervolgens een verzoek ingediend tot vergoeding van de proceskosten.
Het Hof oordeelt dat appellanten de kosten van het hoger beroep aan de zijde van het Land moeten dragen. De kosten worden begroot op NAf 2.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 282,50 aan verschotten. Het vonnis is uitgesproken op 28 juli 2020 te Curaçao.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en appellanten zijn veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan het Land Sint Maarten.