ECLI:NL:OGHACMB:2020:207
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over status belanghebbende in procedure curator machtiging beschikken goederen
In deze zaak is zoon [Naam 1] in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin hij niet als belanghebbende werd erkend in een procedure waarin de curator machtiging verzocht om te beschikken over goederen van de moeder.
Het Hof heeft beoordeeld of zoon [Naam 1] als belanghebbende of slechts als informant moet worden aangemerkt. Daarbij is het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:463) leidend, waarin het begrip belanghebbende in personen- en familierechtelijke zaken is toegelicht. Het Hof concludeert dat zoon [Naam 1] door het verzoek van de curator rechtstreeks in zijn rechten wordt geraakt, met name het recht op respect voor zijn woning zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
Het Hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en bepaalt dat zoon [Naam 1] belanghebbende is in deze procedure. Aangezien de curator geen belang meer heeft bij haar verzoek, wordt zij niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de beschikking en bepaalt dat zoon als belanghebbende moet worden aangemerkt; de curator wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.