ECLI:NL:OGHACMB:2020:223
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- T.G.M. Simons
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor niet tijdig melden ongebruikelijke transacties
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 28 september 2020 het hoger beroep behandeld van appellante tegen de Centrale Bank van Aruba (CBA) inzake een bestuurlijke boete van Afl. 50.000,- wegens overtreding van artikel 26, eerste lid, van de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf).
Appellante had tussen 13 januari 2015 en 14 april 2015 ten minste 90 ongebruikelijke girale transacties niet tijdig gemeld aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. CBA legde daarop een boete op, die door het Gerecht in eerste aanleg werd bevestigd. Appellante voerde aan dat het een menselijke beoordelingsfout betrof, dat de transacties later alsnog werden gemeld en dat er geen strafrechtelijk onderzoek volgde. Tevens stelde zij dat de boete disproportioneel was gezien haar financiële draagkracht en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
Het Hof oordeelde dat de boete proportioneel is, aangezien deze slechts 10% van het basisbedrag van Afl. 500.000,- bedroeg. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en op artikel 37, tweede lid, Lwtf werd verworpen. Ook werd geoordeeld dat de financiële draagkracht onvoldoende was onderbouwd. De overtreding werd als ernstig beschouwd en het niet tijdig melden was niet slechts een beoordelingsfout.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van 50.000 gulden wordt bevestigd.