ECLI:NL:OGHACMB:2020:233

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 oktober 2020
Publicatiedatum
15 oktober 2020
Zaaknummer
AUA2020H00070 en AUA2020H00071
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 16 LtuArtikel 2, tweede lid, onderdeel c, LarArtikel 53a Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Hof tot kennisneming van hoger beroep tegen inbewaringstelling rechter-commissaris

Appellant heeft twee verzoeken ingediend tot opheffing van het bevel tot inbewaringstelling op grond van artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu). Beide verzoeken werden door de rechter-commissaris afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het Hof oordeelt dat de rechtsgang bij de rechter-commissaris, die de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming toetst, voor toepassing van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) gelijkgesteld moet worden met een beroep bij een onafhankelijke rechter. Hierdoor is de Lar niet van toepassing en staat er geen hoger beroep open tegen uitspraken van de rechter-commissaris in deze context.

Appellant voerde geen gronden aan die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigen, zoals ernstige schending van fundamentele rechtsbeginselen. Daarom verklaart het Hof zich onbevoegd kennis te nemen van de hoger beroepen. Tevens bestaat geen wettelijke grondslag voor toekenning van schadevergoeding of proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het Hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechter-commissaris over inbewaringstelling.

Uitspraak

AUA2020H00070 en AUA2020H00071
Datum uitspraak 12 oktober 2020
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op de hoger beroepen van:
[Appellant], appellant,
tegen de uitspraken van de rechter-commissaris van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, van 24 april 2020, zaaknummer AUA202001006 en van 27 mei 2020, zaaknummer AUA202001130.
Procesverloop
Op 7 april 2020 heeft appellant een verzoek ingediend tot opheffing van het bevel tot inbewaringstelling als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu).
Bij uitspraak van 24 april 2020 heeft de rechter-commissaris het verzoek afgewezen.
Op 28 april 2020 heeft appellant wederom een verzoek ingediend tot opheffing van het bevel tot inbewaringstelling.
Bij uitspraak van 27 mei 2020 heeft de rechter-commissaris dat verzoek eveneens afgewezen.
Tegen de uitspraken van 24 april 2020 en 27 mei 2020 heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de zaken ter zitting behandeld in Curaçao op 19 augustus 2020. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Hassell, die via een videoverbinding vanuit Aruba aan de zitting heeft deelgenomen.
Overwegingen
De wetsartikelen die in deze zaken van belang zijn, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
De hoger beroepen van appellant zijn gericht tegen de uitspraken van de rechter-commissaris op de verzoeken van appellant om het bevel tot inbewaringstelling op te heffen. Op grond van artikel 16, derde lid, van de Ltu wordt de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming binnen 72 uur door de rechter-commissaris getoetst en kan het bevel vervolgens te allen tijde op verzoek van de betrokkene door de rechter-commissaris worden opgeheven
.Naar het oordeel van het Hof dient deze in de Ltu voorziene rechtsgang bij de rechter-commissaris, waarbij deze als onafhankelijke rechter de inbewaringstelling, onderscheidenlijk het voorduren daarvan, op rechtmatigheid toetst, voor de toepassing van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) te worden aangemerkt als, onderscheidenlijk op één lijn te worden gesteld met, het geval waarin tegen een besluit beroep is opengesteld op een (andere) onafhankelijke rechter
.Dit betekent dat de in de Lar voorziene rechtsgang hier niet van toepassing is. Een uitspraak van de rechter-commissaris op grond van artikel 16, derde lid, van de Ltu is daarmee geen uitspraak van het Gerecht inzake beroep tegen een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 53a van de Lar, zodat daartegen geen hoger beroep bij het Hof openstaat.
Voor doorbreking van een appelverbod kan grond bestaan, als sprake is van ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. Wat appellant daarover heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat deze situatie zich in dit geval voordoet.
Het Hof is onbevoegd om van de hoger beroepen kennis te nemen. Reeds om die reden bestaat voor de toekenning van schadevergoeding geen wettelijke grondslag.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
verklaartzich
onbevoegdom van de hoger beroepen kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. T.G.M. Simons, voorzitter, mr. N.M. Martinez, en mr. J.E.M. Polak, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Donner-Haan, griffier.
w.g. Simons
voorzitter
w.g. Donner-Haan
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2020

BIJLAGE

Landsverordening toelating en uitzetting

Artikel 16
1. In geval van uitzetting kan ter verzekering van het vertrek door de minister, belast met justitiële aangelegenheden, de inbewaringstelling van de betrokkene worden bevolen, indien deze gevaar oplevert voor de openbare orde, de publieke rust of veiligheid of de goede zeden, dan wel indien gegronde vrees bestaat, dat de betrokkene zal trachten zich aan zijn vertrek te onttrekken.
2. In afwijking van het eerste lid kan de betrokkene, overeenkomstig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen voorschriften de verplichting worden opgelegd om zich periodiek op een door de minister, belast met justitiële aangelegenheden, aangewezen plaats aan te melden dan wel onder elektronisch toezicht worden gesteld. Onder elektronisch toezicht wordt voor de toepassing van dit lid verstaan een technische voorziening, die gebruik maakt van signalen, waarmee de verblijfplaats van een bepaalde persoon kan worden gecontroleerd.
3. Binnen 72 uur wordt de betrokkene voor een rechter-commissaris geleid, die de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming toetst. Een bevel tot inbewaringstelling kan door de rechter-commissaris te allen tijde op verzoek van de betrokkene worden opgeheven.
4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en het tweede lid.

Landsverordening administratieve rechtspraak

Artikel 2
1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan.
2. Van het begrip beschikking zijn uitgezonderd:
a. rechtshandelingen naar burgerlijk recht;
b. besluiten van algemene strekking;
c. besluiten waartegen beroep op de onafhankelijke rechter is opengesteld krachtens een andere landsverordening dan de onderhavige;
d. besluiten waarover krachtens wettelijk voorschrift de rechterlijke macht is gehoord;
e. besluiten, genomen op grond van een bepaling van strafrechtelijke aard, voor zover betrekking hebbend op een verdachte of een gevonnist persoon; f. besluiten, houdende een beoordeling van het kennen of kunnen van iemand die te dier zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst.
Artikel 53a
Tegen een uitspraak van het Gerecht inzake beroep tegen een bezwaarschrift staat hoger beroep open bij het Hof.