Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De ontvankelijkheid
3.De grieven
4.Beoordeling
Centrale Bank-statuut voor Curaçao en Sint Maarten, AB 2010, GT no. 24 (hierna: Centrale Bankstatuut), zijnde een Onderlinge Regeling zoals bedoeld in artikel 38 lid 1 van Pro het
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, in werking getreden op 10 oktober 2010 (de dag van de staatkundige transitie). Dit artikel 9 luidt Pro voor zover hier van belang (de Bank is: de Centrale Bank):
Centrale Bank-Statuut 1985van de voormalige (tot 10 oktober 2010 bestaande) Nederlandse Antillen bepaalde in artikel 12:
Landsverordening Deviezenprovisie(P.B. 1981, no. 29) en in werking getreden op 31 oktober 1995, is een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voorgeschreven met regels ter berekening van de maandelijkse vergoeding. Dit was het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 27 oktober 1995, P.B. 1995, no. 187, dat is vervangen door het
Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 1ste september 2000 tot vaststelling van de wijze van berekening van de maandelijkse vergoeding die een deviezenbank ingevolge artikel 12, derde lid, van het Centrale Bank-Statuut 1985 aan de Bank van de Nederlandse Antillen is verschuldigd.
Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vaststelling van de wijze van berekening van de maandelijkse vergoeding die een deviezenbank ingevolge artikel 12, derde lid, van het Centrale Bank-Statuut aan de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten is verschuldigd, AB 2013, GT no. 703.
Deviezenregulering uitvoeringsbesluiten van de Landsverordening Deviezenverkeer (P. B. 1981, No.67) Willemstad, 1 mei 2009,
Burgerlijk Wetboek(BW) luidt: