Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
1.[APPELLANT SUB 1],
[APPELLANTE SUB 2]
[APPELLANT SUB 3]
[APPELLANT SUB 4]
[APPELLANT SUB 5]
de vereniging PROGRESSIVE LABOR PARTY OF SINT EUSTATIUS,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak gaat het om een kort geding waarin appellanten, waaronder de Progressive Labor Party of Sint Eustatius, een voorlopige voorziening vorderen tegen de Staat der Nederlanden. Het Hof verwijst naar een bodemprocedure waarin een vergelijkbare vordering aan de orde was en waarvan op 22 oktober 2019 een uitspraak is gedaan.
Het Hof benadrukt de afstemmingsregel, die inhoudt dat een rechter in kort geding zijn oordeel in principe moet afstemmen op de bodemrechter, ongeacht of het vonnis tussenvonnis of eindvonnis is, of in overwegingen of dictum is geformuleerd, en ongeacht de kracht van gewijsde. Uitzonderingen zijn mogelijk bij misslag, spoedeisendheid of gewijzigde omstandigheden.
Het Hof geeft partijen de gelegenheid om de bodemuitspraak over te leggen en zich uit te laten over de betekenis daarvan voor het kort geding. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting op 14 februari 2020 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor nadere behandeling na overleg van de bodemuitspraak.