ECLI:NL:OGHACMB:2020:36
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis woning in hoger beroep toegewezen
In deze zaak vordert appellant schorsing van de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis van haar woning, uitgesproken door het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. De woning behoort aan een vennootschap waarvan appellant geen directe rechthebbende is, en het geschil draait om de vraag of appellant na overdracht van aandelen in de vennootschap gerechtigd zal zijn de woning te blijven gebruiken.
Het Hof overweegt dat het uitgangspunt is dat een vonnis uitvoerbaar is, tenzij zwaarwegende belangen van de veroordeelde zich daartegen verzetten. Appellant heeft gemotiveerd gesteld dat zij onvoldoende financiële middelen heeft om een vervangende woning te verkrijgen en dat het belang van haar en haar kind bij behoud van de woning zwaarwegend is.
De vennootschap stelt belang bij vrije beschikking over de woning vanwege een koopovereenkomst met een boetebeding, maar het Hof acht dit belang minder zwaarwegend gezien de omstandigheden en het risico dat door de vennootschap zelf is gecreëerd.
Het Hof concludeert dat het belang van appellant bij behoud van de status quo zwaarder weegt dan het belang van de vennootschap en schorst daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis voor de duur van het hoger beroep. Tevens wordt appellant toestemming gegeven om kosteloos te procederen en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt geschorst voor de duur van het hoger beroep.