ECLI:NL:OGHACMB:2021:178

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
8 juni 2021
Publicatiedatum
10 augustus 2021
Zaaknummer
AUA2020H00084
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 387 RvArt. 388 lid 2 RvArt. 64 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep inzake herroeping vonnis betalingsbevel

Appellant heeft in eerste aanleg verzocht om herroeping van een vonnis dat een betalingsbevel bevestigde. Dit verzoek werd afgewezen door het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof.

Het Hof overweegt dat een beslissing over de heropening van het geding, zoals bedoeld in artikel 388 lid 2 Rv Pro, niet vatbaar is voor hoger beroep. Dit appelverbod kan niet worden doorbroken, ook niet op grond van de in de rechtspraak erkende uitzonderingen, aangezien cassatieberoep openstond. De inhoudelijke gronden van appellant behoeven daarom geen beoordeling.

Het Hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en veroordeelt hem in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op 1,5 punt van het liquidatietarief, zijnde Afl. 2.250,-. De door geïntimeerde gevorderde kosten worden niet volledig toegewezen en een eigen beursje wordt niet toegepast.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van Afl. 2.250,-.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:
Registratienummers: AUA201703976 – AUA2020H00084
Uitspraak: 8 juni 2021 (bij vervroeging)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van
[APPELLANT],
wonende in Aruba,
in eerste aanleg eiser tot herroeping, thans appellant,
hierna: [Appellant],
gemachtigde: mr. G. de Hoogd (gedesisteerd per 2 juni 2021),
tegen
de naamloze vennootschap
NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
hierna: New India,
gemachtigde: mr E.J.M. Lotter Homan.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij akte van appel, ter griffie ingediend op 11 juni 2020 en eerder per e-mail op 10 juni 2020, is [Appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 20 april 2020 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht).
1.2
Bij memorie van grieven, ingekomen op 23 juli 2020, heeft [Appellant] grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof dat vonnis zal vernietigen en de vordering van [Appellant] alsnog zal toewijzen, met veroordeling van New India in de kosten van de beide instanties.
1.3
New India heeft geen memorie van antwoord ingediend.
1.4
Op de digitale rol van 19 januari 2021 hebben partijen schriftelijke pleitnotities ingediend. Haar pleitnota heeft New India afgesloten met een conclusie die ertoe strekt geconcludeerd dat het Hof [Appellant] in zijn appel niet-ontvankelijk zal verklaren, althans dat appel zal verwerpen, en de gemachtigde van [Appellant] (al dan niet hoofdelijk met [Appellant]) zal veroordelen in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten, of enig ander bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.
1.5
New India heeft daarna nog een akte genomen.
1.6
Vonnis is gevraagd en (bij vervroeging) bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1
In eerste aanleg heeft [Appellant] de herroeping gevorderd van het tussen partijen gewezen vonnis op verzet van 27 maart 2013, waarbij het op 1 juni 2011 bij verstrek tegen [Appellant] uitgevaardigde bevel tot betaling van een bedrag van Afl. 11.500,-,vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten werd bevestigd.
2.2
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vordering afgewezen.
2.3
Op een eis tot herroeping zoals door [Appellant] gedaan volgt eerst een beslissing tot (al dan niet) heropening van het geding als bedoeld in de artikelen 387 en 388 Rv. Het bestreden vonnis heeft dan ook als zodanig te gelden. Wat er verder zij van de door het Gerecht gegeven motivering, het bestreden vonnis is ingevolge artikel 388 lid 2 Rv Pro niet vatbaar voor hoger beroep en dat appelverbod kan – nu cassatieberoep mogelijk was geweest – niet worden doorbroken op een van daartoe in de rechtspraak erkende gronden (HR 21 september 2012, ECLI:NL:HRBW4896, NJ 2013/351). Of [Appellant] een degelijke grond heeft gesteld – en zo ja: welke – kan dan in het midden blijven.
2.4 [
Appellant] zal daarom in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.5
Het Hof zal bij de proceskostenveroordeling uitgaan van 1,5 punt van het liquidatietarief 4, zijnde Afl. 2.250,-, en niet van de door New India gevorderde daadwerkelijk gemaakte kosten ad Afl. 3.730,35. Ook toepassing van artikel 64 Rv Pro blijft achterwege.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verklaart [Appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen het vonnis van 20 april 2020;
veroordeelt [Appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van New India gevallen en tot aan deze uitspaak begroot op Afl. 2.250.-.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 8 juni 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.