ECLI:NL:OGHACMB:2021:179
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot behoud Nederlanderschap na tien jaren wegens onevenredigheid volgens Unierecht
In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 13 april 2021 uitspraak gedaan over het verlies van het Nederlanderschap na tien jaren verblijf. Verzoeker had betoogd dat het verlies van het Nederlanderschap niet in overeenstemming zou zijn met het evenredigheidsbeginsel zoals gehanteerd in het Unierecht, met name naar aanleiding van het Tjebbes-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Het Hof heeft in een tussenbeschikking reeds een voorlopig oordeel gegeven dat aan de vereisten van artikel 15 lid 1 aanhef Pro en onder c en lid 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap was voldaan, waardoor verzoeker het Nederlanderschap had verloren. Dit voorlopige oordeel heeft het Hof nu omgezet in een eindbeslissing.
Verzoeker heeft geen onderbouwing gegeven dat het verlies van het Nederlanderschap, en daarmee het verlies van het EU-burgerschap en de daaraan verbonden rechten, onevenredig zou zijn in zijn situatie of die van zijn gezinsleden. Het Hof heeft daarom het verzoek afgewezen en het verlies van het Nederlanderschap bevestigd.
De uitspraak is gedaan in openbare terechtzitting in Aruba, waarbij ook de griffier aanwezig was. De Advocaat-Generaal had namens het Openbaar Ministerie een akte genomen, maar verzoeker zelf heeft geen akte ingediend.
Uitkomst: Het verzoek tot behoud van het Nederlanderschap na tien jaar verblijf buiten Nederland wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onevenredigheid volgens het Unierecht.