Uitspraak
1.[APPELLANT 1],
[APPELANTE 2],
oorspronkelijk eiseres in conventie en verweerster in reconventie, thans geïntimeerde,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. Het geschil betreft onder meer een aannemingsovereenkomst, schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking en een aanzienlijke geldvordering.
Appellanten hebben bij het instellen van het hoger beroep griffierecht voldaan van NAf 900,-, maar het Hof stelt vast dat het totale belang in hoger beroep het maximum griffierecht van NAf 15.000,- overschrijdt. Daarom moeten zij een nabetaling van NAf 14.100,- doen. Het Hof geeft hen de gelegenheid om dit griffierecht binnen een gestelde termijn te voldoen.
De verdere beslissing in de zaak wordt aangehouden totdat de nabetaling is verricht. Het vonnis is gewezen door drie leden van het Hof en uitgesproken in een openbare terechtzitting te Sint Maarten op 11 juni 2021.
Uitkomst: Appellanten moeten het nabetaling griffierecht voldoen; verdere beslissing wordt aangehouden.