ECLI:NL:OGHACMB:2021:244
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis natrekking pand in familiezaken na overlijden appellant
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie behandelde een hoger beroep in een geschil over natrekking van een pand tussen familieleden. De appellant was overleden tijdens de procedure, maar de zaak werd voortgezet op haar naam. Het hof oordeelde dat er geen juridische bindende afspraak was die leidde tot een aanspraak op overdracht van het perceel aan de moeder van de appellant.
De beoordeling richtte zich onder meer op de vraag of de appellant met haar beperkte pensioen in financiële problemen zou komen door leningen voor het onderhoud van het pand dat door de geïntimeerde was verkregen. Nu de appellant was overleden, was deze situatie niet langer relevant en werd geen voorziening getroffen ten behoeve van de nalatenschap.
Het hof bevestigde het bestreden vonnis en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Er werd geen aanleiding gezien om het verzoek tot toepassing van artikel 40 lid 2 Rv Pro toe te wijzen. Het hof benadrukte het belang van het vermijden van verdere escalatie van de familieruzie.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en compenseert de proceskosten, waarbij de geïntimeerde het nagetrokken huis behoudt zonder vergoeding.