Uitspraak
HET LAND CURAÇAO,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Op 14 juli 2013 raakte de geïntimeerde betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval op de Jan Noorduynweg te Curaçao, waarbij zijn auto beschadigd raakte en hij letsel opliep. Het Land Curaçao werd in eerste aanleg veroordeeld tot schadevergoeding, maar ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het Hof onderzocht of de weg ter plaatse, met een betonnen verhoging zonder voldoende waarschuwing, gebrekkig was in de zin van artikel 6:174 BW Pro. Hoewel de verhoging niet geverfd was en er geen waarschuwingsborden of reflectoren aanwezig waren, concludeerde het Hof dat de weg niet als gebrekkig kon worden aangemerkt omdat de verhoging duidelijk zichtbaar was, er voldoende wegmarkeringen aanwezig waren en het Land beleidsvrijheid heeft bij wegbeheer.
Daarnaast stelde het Hof vast dat de geïntimeerde meerdere verkeersregels had overtreden en een onvoorzichtige rijstijl had gehanteerd. Hierdoor ontbrak het vereiste causaal verband tussen de weg en het ongeval. Ook de stellingen over onvoldoende verlichting werden door het Hof niet aannemelijk geacht. De vordering tot schadevergoeding werd daarom afgewezen en de geïntimeerde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gebrekkige weg en gebrek aan causaal verband.