ECLI:NL:OGHACMB:2021:250
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onrechtmatige daad en nakoming verplichtingen uit erfenis
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin een vordering van Korpodeko werd toegewezen. De zaak betreft een geschil over de nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit een erfenis, waarbij appellant de huurrechten van zijn grootvader heeft overgenomen. Het Hof oordeelt dat de oproeping van appellant niet behoorlijk is verlopen, waardoor het appel tijdig en ontvankelijk is.
De vordering van Korpodeko is gebaseerd op onrechtmatige daad, waarbij het Hof overweegt dat het enkel profiteren van een wanprestatie niet onrechtmatig is zonder bijkomende omstandigheden. Korpodeko stelt dat appellant bewust heeft meegewerkt aan een constructie om verhaal op het huis te frustreren, maar appellant betwist dit met een schriftelijke verklaring van zijn moeder. Het Hof acht het bewijs van Korpodeko onvoldoende en geeft haar de gelegenheid dit alsnog te leveren.
Indien Korpodeko niet slaagt in haar bewijs, zal de vordering worden afgewezen. Het Hof wijst erop dat appellant pas later op de hoogte was van de aanspraken en dat zijn beroep op het erfpachtrecht op zich niet onrechtmatig is. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een schadestaatprocedure indien aansprakelijkheid wordt vastgesteld.
Uitkomst: Het Hof verklaart het appel ontvankelijk, staat bewijslevering toe en houdt de zaak aan voor verdere bewijsvoering.