Uitspraak
.[APPELLANT 1],de weduwe, en de kinderen
:
. [APPELLANT 2],
. [APPELLANT 3],
[APPELLANT 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat het verzoek van de geïntimeerde centraal om het vaderschap van wijlen de overledene vast te stellen via DNA-onderzoek. De erfgenamen van de overledene zijn in eerste aanleg verweersters en appellanten in hoger beroep. Het Gerecht in eerste aanleg had reeds een deskundigenonderzoek gelast naar het DNA van de geïntimeerde en een van de erfgenamen, en later toestemming gegeven voor het roeren van de grafkelder van de overledene.
De erfgenamen zijn tegen deze laatste beschikking in hoger beroep gegaan en betwisten onder meer het recht van de geïntimeerde tot het uitvoeren van het deskundigenonderzoek. Het hof stelt vast dat er een affectieve relatie tussen de moeder van de geïntimeerde en de overledene heeft bestaan en acht het aannemelijk dat de overledene de verwekker kan zijn. Echter, voordat het graf wordt geroerd, wil het hof eerst onderzoeken of minder ingrijpende alternatieven mogelijk zijn, zoals DNA-onderzoek bij de broer van de overledene.
Het hof vraagt nadere informatie over de bereidheid van de broer om mee te werken aan DNA-onderzoek, de familiebanden tussen de broer en de overledene, en een deskundigenrapport over de mogelijkheden en waarschijnlijkheden van verschillende DNA-onderzoeksmethoden. De zaak wordt aangehouden voor verdere besluitvorming na deze aanvullende aktewisseling.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing over het roeren van de grafkelder aan en verlangt nadere informatie en onderzoek.