ECLI:NL:OGHACMB:2021:286
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- F.W.J. Meijer
- O. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis huurovereenkomst Sint Maarten
Appellanten zijn sinds 1 maart 2014 huurder van een ruimte in Sint Maarten waarin zij een kinderdagverblijf exploiteren. Het Gerecht in eerste aanleg heeft hen bij vonnis van 4 december 2020 veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huur, incassokosten en een lening.
Appellanten verzochten schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis op grond van artikel 272 Rv Pro. Het Hof overwoog dat het uitgangspunt is dat vonnissen uitvoerbaar zijn, tenzij het belang van de veroordeelde bij behoud van de toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij uitvoering.
Het Hof constateerde dat appellanten een nieuwe omstandigheid hadden aangevoerd, namelijk dat zij de huurachterstand grotendeels hadden voldaan en bereid waren de lopende huur te blijven betalen. Dit leidt ertoe dat het belang van appellanten bij voortgezet gebruik zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerden bij onmiddellijke ontruiming.
Daarom schorst het Hof de tenuitvoerlegging van de ontruiming onder de voorwaarde dat appellanten de volledige huur blijven betalen. Indien zij hierin tekortschieten, kunnen geïntimeerden alsnog ontruiming effectueren op eigen risico. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindvonnis in hoger beroep.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van de ontruiming wordt geschorst onder de voorwaarde van volledige huurbetaling totdat het hoger beroep is beslist.