Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2021:308

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
26 februari 2021
Publicatiedatum
1 september 2021
Zaaknummer
SXM2018H00244
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:27 lid 1 BWArt. 5 aanhef en ten 7° RvArt. 12a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling oproeping belanghebbenden in zaak eigendomsvordering door verjaring

In deze civiele zaak vorderen appellanten een rechterlijke vaststelling dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van een bepaald goed. Het Hof verwijst naar een tussenvonnis waarin appellanten werden opgedragen alle mogelijke belanghebbenden op te roepen conform artikel 3:27 lid 1 BW Pro en artikel 12a Rv.

Appellanten legden bewijs van oproeping in de Daily Herald, maar deze voldeed niet volledig aan de wettelijke eisen, omdat ook een afschrift van het exploot aan het Openbaar Ministerie moest worden afgegeven en de oproep tevens moest worden gepubliceerd in de officiële Landscourant. Het Hof gaf appellanten de gelegenheid om alsnog aan deze eisen te voldoen.

De zaak werd verwezen naar een nieuwe rolzitting op 10 juni 2021, waarbij appellanten bewijs van correcte oproeping moesten overleggen. Indien niemand als belanghebbende verschijnt, en het Land Sint Maarten geen verweer meer voert, zal het Hof op de eerstvolgende roldatum vonnis uitspreken.

Het Hof hield verdere beslissingen aan en benadrukte de noodzaak van een correcte procedurele oproeping om de rechten van mogelijke derden te waarborgen.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een nieuwe rolzitting voor het overleggen van bewijs van correcte oproeping van belanghebbenden.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:
Registratienummers: SXM20 1700675 — SXM20181-100244
Uitspraak: 26 februari 2021

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curacao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
VONNIS
in de zaak van:

[APPELLANT 1],

[APPELLANT 2],
[APPELLANT 3],
[APPELLANT 4],
[APPELLANT 5],
wonende in Sint Maarten,
oorspronkelijk eisers,
thans appellanten,
gemachtigde: mr. R.A. Groeneveldt,
tegen
de openbare rechtspersoon
HET LAND SINT MAARTEN,
gevestigd in Sint Maarten,
oorspronkelijk gedaagde,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R.F. Gibson jr.
De partijen worden hierna [appellanten] c.s. en het Land genoemd.
1. Het verdere verloop van de procedure
1.1
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 30 oktober 2020. Bij dat vonnis heeft het Hof de zaak verwezen naar de rol van 29 januari 2021.
1.2
Op 29 januari 2021 heeft [appellanten] c.s. een akte met producties genomen. 1.3 Vervolgens is vonnis is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
2.1
Bij het laatste tussenvonnis heeft het Hof [appellanten] c.s. in de gelegenheid gesteld om ter voldoening aan het voorschrift van artikel 3:27 lid 1 BW Pro, op de voet van artikel 12a Rv, alsnog alle belanghebbenden op te roepen conform het voorschrift van artikel 5 aanhef Pro en ten 7° Rv, waarbij als landelijk dagblad wordt aangewezen: Daily Herald. Het Hof heeft de zaak daartoe verwezen naar de (digitale) rol van 29 januari 2021 voor akte zijdens [appellanten] c.s., waarbij zij bewijs van oproeping zouden kunnen overleggen en daarbij bepaald dat 29 januari 2021 tevens de datum is waartegen de belanghebbenden,
op een termijn van minimaal drie maanden,dienden te worden opgeroepen om als derden in het geding te verschijnen en hun zienswijze kenbaar te maken. Het Hof voegde daaraan nog toe wanneer op 29 januari 2021 blijkt dat de oproeping in orde is, maar er niemand is verschenen, het Hof op de eerstvolgende roldatum vonnis zal uitspreken.
2.2
Bij hun akte heeft [appellanten] c.s. bewijs overgelegd dat op 12 november 2020 en op 18 november 2020 in de Daily Herald een oproep is geplaatst, waarvan (alleen) de eerste aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Artikel 5 aanhef Pro en ten 7' Rv bepaalt echter ook dat een afschrift van het exploot (de oproep) wordt afgegeven aan de ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Sint Maarten die het vervolgens voor gezien dient te tekenen. Daarenboven dient het gedane exploot te worden gepubliceerd in "het nieuwsblad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst". In Sint Maarten is dat de Landscourant ("National Gazette").
2.3 [
appellanten] c.s. zal de gelegenheid worden geboden om alsnog volledig aan dit voorschrift te voldoen door afgifte aan het OM van de (nieuwe) oproep en ter tekening voor gezien en plaatsing van de op
12 november 2020 in de Daily Herald afgedrukte oproep in de Landscourant en (nogmaals) in de Daily Herald, met dien verstande dat in afwijking van de afgedrukte tekst dient te worden vermeld dat de zaken "betrekking hebben op de vordering van de erven [appellanten] c.s. die strekt tot het verkrijgen van een voor inschrijving in de openbare registers vatbare rechterlijke vaststelling dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van" (in plaats van "betrekking hebben op het verkrijgen van eigendom middels verjaring van").
2.4
De zaak zal worden verwezen naar de (digitale) rol van 10 juni 2021 voor akte zijdens [appellanten] c.s., waarbij zij bewijs van oproeping in de Daily Herald en de National Gazette, alsmede afgifte en ondertekening door het OM kunnen overleggen. Die dag, 10 juni 2021, is tevens de datum waartegen de belanghebbenden,
op een termijn van minimaal drie maanden,dienen te worden opgeroepen om als derden in het geding te verschijnen en hun zienswijze kenbaar te maken.
2.5
Wanneer op de overeenkomstig rov. 2.2 tot en met 2.4 gedane oproeping niemand is verschenen, zal het Hof - nu het Land verder geen verweer meer wenst te voeren - op de eerstvolgende roldatum vonnis uitspreken.
2.6
Verder wordt iedere beslissing eerst aangehouden.
BESLISSING
Het Hof:
verwijst de zaak naar de digitale rol van 10 juni 2021 voor akte zijdens [appellanten] c.s. zoals onder 2.4 bedoeld;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, F.W.J. Meijer en J. de Boer leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curacao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 26 februari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.