Uitspraak
[Appellant 1],
De Vennootschap],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba behandelde een verzoek tot herroeping van een vonnis dat op 30 juli 2019 was uitgesproken en op 31 oktober 2020 in kracht van gewijsde was gegaan. [Appellant c.s.] stelde dat er sprake was van bedrog door het Land Aruba, wat herroeping zou rechtvaardigen.
De vordering tot herroeping werd tijdig ingediend binnen drie maanden na het vonnis in kracht van gewijsde. Volgens artikel 382 Rv Pro kan herroeping worden verleend bij bedrog dat na het vonnis is ontdekt. Het hof oordeelde dat het bedrog niet pas na het vonnis was ontdekt, maar dat de stellingen hierover al in eerdere procedures aan de orde waren gesteld.
[Appellant c.s.] bracht geen nieuw bewijs aan dat het bedrog aantoont, maar baseerde zich op argumenten van een advocaat die cassatieadvies had gegeven. Het hof stelde vast dat het verzoek niet gebruikt kan worden om het debat over reeds beoordeelde stellingen te heropenen.
Daarom wees het hof het verzoek tot herroeping af en legde geen proceskostenveroordeling op vanwege de hoedanigheid van de gemachtigden van het Land. Het vonnis werd op 19 januari 2021 in Aruba uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot herroeping van het vonnis wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw ontdekt bedrog.