Uitspraak
[curandus],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond centraal of curandus ten tijde van de overdracht van haar onroerende zaak aan haar dochter op 30 november 2015 geestelijk gestoord was en daardoor wilsonbekwaam was. De curator voerde aan dat curandus vanwege een geestelijke stoornis niet in staat was zelfstandig te beslissen, wat de vernietiging van de overeenkomst zou rechtvaardigen.
Het Hof heeft het bewijs beoordeeld aan de hand van getuigenverklaringen, medische diagnoses en verklaringen van familieleden die nauw bij curandus betrokken waren. Hoewel curandus vergeetachtig was en een diagnose van een vroege fase van dementie werd gesteld, was er onvoldoende bewijs dat haar geestvermogens op het moment van de transactie blijvend of tijdelijk waren gestoord in de zin van artikel 3:34 lid 1 BW Pro.
Getuigenverklaringen, waaronder die van de kleinzoon die bij haar woonde, bevestigden dat curandus nog goed bij verstand was, zelfstandig handelde en de overdracht als een vooruitlopen op een eerder testament zag. De verklaring van de getuige werd ondersteund door een tweede getuige. Gezien het ontbreken van bewijs voor wilsonbekwaamheid verklaarde het Hof de overeenkomst en overdracht geldig en wees de vordering van de curator af.
Vanwege de familierelatie tussen partijen werden de kosten van het hoger beroep gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de curator tot vernietiging van de overdracht wordt afgewezen en de overeenkomst blijft geldig.