ECLI:NL:OGHACMB:2021:340
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- M.W. Scholte
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bewijs onvoldoende voor toezegging volledige waardevergoeding opstal op huurgrond
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant aan geïntimeerde een vergoeding verschuldigd was voor een opstal op huurgrond. Geïntimeerde stelde dat appellant had toegezegd de helft van de waarde van het huis te betalen, gebouwd op huurgrond die appellant in 2008 had overgenomen. Het Hof verwees naar eerdere tussenvonnissen en de enquête waarbij getuigen, waaronder een voormalige advocaat van geïntimeerde, onder ede verklaarden dat appellant een dergelijke toezegging had gedaan.
Appellant ontkende de toezegging uitdrukkelijk, hetgeen zijn echtgenote bevestigde. Het Hof oordeelde dat de verklaringen van geïntimeerde en haar familie, mede ondersteund door de verklaring van de advocaat, voldoende geloofwaardig waren om de toezegging aannemelijk te maken. Echter, bewijs over de hoogte van de vergoeding ontbrak. De taxatie van de opstal was gebaseerd op een voorwaarde die ten tijde van de overdracht nog niet was vervuld, waardoor de waarde aanzienlijk moest worden verlaagd.
Het Hof stelde vast dat appellant zich bewust was van zijn verplichting tot vergoeding, maar dat de hoogte daarvan niet was vastgesteld. Daarom werd het bestreden vonnis vernietigd en werd de vordering toegewezen tot de helft van de aangepaste waarde van de opstal, te vermeerderen met wettelijke rente. De proceskosten werden naar rato van het toegewezen bedrag aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de waarde van de opstal, te weten NAf 12.500,-, vermeerderd met wettelijke rente.