Appellant, werkzaam als autowasser, raakte in augustus 2017 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval met lage rugpijnklachten. De SVB verklaarde hem per 25 december 2017 arbeidsgeschikt, wat appellant betwistte en bezwaar maakte. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij na 27 december 2017 nog arbeidsongeschikt was, onderbouwd met een brief van zijn orthopedisch chirurg en een controlekaart van de SVB. Het Hof oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende objectieve medische gegevens bevatten om het oordeel van de SVB te weerleggen.
De SVB baseerde haar oordeel op consulten van verzekeringsartsen, een werkplekontzoek en overleg met de huisarts en specialist van appellant. Het Hof concludeerde dat het oordeel over arbeidsongeschiktheid voorbehouden is aan de SVB en dat deze alle relevante factoren heeft betrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.