ECLI:NL:OGHACMB:2021:81
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- F.W.J. Meijer
- E.M. van der Bunt
- O. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op staande voet wegens diefstal en valse verklaringen bij Refineria Isla
Appellant was sinds 2011 werkzaam als plant mechanic bij DRMS via JDR en werd op 16 augustus 2017 op staande voet ontslagen wegens diefstal van koperen platen van een transformator bij Refineria Isla en het afleggen van valse verklaringen.
Na een uitgebreid onderzoek met getuigenverklaringen, videobeelden en klokregistraties werd vastgesteld dat appellant op 4 augustus 2017 koperen platen had verwijderd en het terrein kortstondig had verlaten met een pakket onder zijn arm, hetgeen hij aanvankelijk ontkende. De werkgever JDR en DRMS zagen hierin een dringende reden voor ontslag.
Appellant voerde aan dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk was, maar het hof oordeelde dat alle drie de opgegeven ontslaggronden waren bewezen en van voldoende gewicht om het ontslag te rechtvaardigen. Het hof bevestigde de eerdere uitspraken en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag op staande voet wordt bevestigd.