De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken voor de hoofdaanklachten en veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht. De officier van justitie ging in hoger beroep en vorderde een hogere straf.
Het Hof oordeelde dat het jeugdstrafrecht niet van toepassing was, ondanks de jonge leeftijd van de verdachte (19 jaar), vanwege de ernst en planmatigheid van de feiten. De verdachte was medeplichtig aan twee gewapende overvallen waarbij slachtoffers met messen werden bedreigd en mishandeld.
De reclassering stelde dat de verdachte veel dynamische criminogene factoren vertoonde, waaronder beïnvloedbaarheid en middelengebruik, en adviseerde toezicht en psychologische begeleiding na detentie. Het Hof vond de opgelegde straf in eerste aanleg te laag gelet op de ernst van de feiten.
Hoewel het Hof een hogere straf oplegde van 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en reclasseringstoezicht, zag het geen noodzaak om de verdachte terug in de gevangenis te plaatsen vanwege zijn reeds uitgezette voorlopige hechtenis, zijn jonge leeftijd en schuldbekentenis.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor wat betreft de straf en in zoverre opnieuw recht gedaan. De rest van het vonnis bleef in stand.