Conclusie
Aanleiding tot en inzet van de vordering
De relevante overwegingen in de vonnissen van het Gerecht en het Hof
Het juridisch kader
“(…)
voortsindien de kandidaat is veroordeeld wegens misdrijf. Die formulering laat de mogelijkheid open dat de formateur op andere wijze dan uit enig in art. 2 Lvim Pro bedoeld onderzoek op de hoogte raakt van de veroordeling wegens misdrijf, bijvoorbeeld doordat de kandidaat daarover zelf verklaart. Uit de formulering van de bepaling volgt dat de toepasselijkheid van de grond van art. 7 lid Pro 1, onder a, Lvim niet is beperkt tot de situatie waarin uit gegevens uit het strafregister en het strafkaartensysteem van de justitiële documentatiedienst in het kader van het justitiële onderzoek door de procureur-generaal is gebleken dat de kandidaat is veroordeeld wegens misdrijf. Alleen al daarom laat ik een bespreking van de wet- en regelgeving op het gebied van de justitiële documentatie in deze vordering achterwege.
De uitleg van de term ‘veroordeeld’ als bedoeld in art. 7 Lvim Pro
De wettelijke terminologie
Ook in op zich zelf ernstige gevallen (bij voorbeeld wanneer deze van principiële aard zijn) kan een veroordeling «sec» veel duidelijker, waardiger en dan ook effectiever zijn dan een veroordeling die gepaard gaat met een betrekkelijk lichte geldboete of met een «symbolische» voorwaardelijke straf. De ernst van het feit beïnvloedt slechts de buitengrens waarbinnen de sanctie in functie tot de strafdoeleinden moet worden gekozen. Er is in het geheel geen aanleiding, de rechter te dwingen tot het aanvullen van zijn veroordeling met een nadere sanctie, wanneer hij van mening is dat zijn uitspraak zonder die aanvulling even effectief of effectiever is; dit te minder nu het openbaar ministerie wel in alle gevallen de mogelijkheid heeft een zaak door een onvoorwaardelijk of voorwaardelijk sepot te beëindigen
De geringe ernst van het feit kan de reden zijn, maar het kan ook zijn dat de rechter, hoewel hij het feit als ernstig beschouwt, toch van mening is dat een veroordeling zonder meer, dus zonder strafoplegging, de meest in aanmerking komende reactie is.”
Voor wat betreft de schuldigverklaring, waarbij overeenkomstig artikel 9a Sr is bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd, lijkt een afzonderlijke vermelding overbodig. Immers een dergelijke schuldigverklaring is een veroordeling.”
, ongeacht of zij een misdrijf betreft of een overtreding en ongeacht de soort of de hoogte van de opgelegde sanctie, zelfs als met toepassing van artikel 9a Sr geen straf of maatregel is opgelegd.” [18]
2.5.4. Aan degene die bij rechterlijke uitspraak wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld (...), kan de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer (...)"
Aan degene die bij rechterlijke uitspraak wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld tot een straf of aan wie bij rechterlijke uitspraak een maatregel of een last als bedoeld in artikel 37 wordt Pro opgelegd, (...), kan de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer (...)"