Uitspraak
BANCO DI CARIBE N.V.,gevestigd in Curaçao,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba behandelde het hoger beroep van Banco di Caribe N.V. tegen geïntimeerde inzake de geldigheid van een derdenhypotheek en de bancaire zorgplicht.
In het tussenvonnis was reeds geoordeeld dat de primaire vordering van geïntimeerde niet toewijsbaar was omdat de rechtsverhoudingen rechtvaardiging boden voor de vestiging van de derdenhypotheek. De bank mocht bewijs leveren dat zij haar mededelings- en waarschuwingsplicht had nageleefd bij het verstrekken van de verhoogde kredietfaciliteit en de daarbij behorende zekerheden.
Getuigenverklaringen van de accountmanager van de bank en verklaringen van de notaris bevestigden dat de bank de voorwaarden, uitstaande schulden en gevolgen van de zekerheidsstelling duidelijk had toegelicht. De stellingen van geïntimeerde dat hij de uitleg gemist had of dat er geen uitleg was gegeven, werden door het Hof als ongeloofwaardig beoordeeld.
Het Hof oordeelde dat geïntimeerde meer vertrouwde op een tussenpersoon dan op de bank en notaris, terwijl het ging om een niet ingewikkeld financieel product en geïntimeerde zelf ervaring had in de financiële sector. Het hoger beroep van de bank werd gegrond verklaard, de vorderingen van geïntimeerde werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.