Uitspraak
Bij brief van 21 april 2020 heeft de minister van Algemene Zaken aan de SER bericht dat het wenselijk is om de representativiteit van werkgeversorganisaties meer in balans te brengen. De COCI zal zorg dragen voor een overkoepelende organisatie waarin alle (organisaties van) werkgevers worden vertegenwoordigd. Deze op te richten organisatie zal zes representatieve werkgevers aanwijzen die vervolgens elk een lid en een plaatsvervanger mogen voordragen. Het benoemingsproces zal daarom worden opgeschort totdat de organisatie is opgericht.
Omdat de aangekondigde overkoepelende organisatie volgens SHTA niet tijdig werd opgericht, heeft SHTA samen met drie andere grote werkgeversorganisaties het initiatief genomen tot oprichting van een overkoepelende organisatie, de stichting. Bij brief van 28 augustus 2020 heeft de stichting een voordracht gedaan voor drie leden en drie plaatsvervangend leden van de SER.Het Hof stelt vast dat een voorgedragen lid en twee voorgedragen plaatsvervangers als zodanig in de SER zijn benoemd.
Een dag eerder, op 27 augustus 2020, is de door de minister van Algemene Zaken aangekondigde overkoepelende organisatie opgericht, te weten SEA. Bij brief van 10 september 2020 heeft SEA een voordracht gedaan voor een lid van de SER en een plaatsvervanger. Bij de bestreden landsbesluiten zijn dit lid en deze plaatsvervangers als zodanig in de SER benoemd.
vernietigtde uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 20 september 2020 in zaak nr. SXM202100420;
verklaarthet in die zaak ingestelde beroep
ongegrond;
gelastdat de regering van Sint Maarten aan de stichting Employer Council St. Maarten het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht van NAf 300,- vergoedt.
Staatsregeling van Sint Maarten
Landsverordening administratieve rechtspraak
Landsverordening Sociaal Economische Raad
1. De Raad bestaat uit ten hoogste negen leden die bij landsbesluit, op voordracht van de minister van Algemene Zaken, worden benoemd.
2. Er worden zes leden benoemd die kunnen worden beschouwd als vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Van deze zes leden zullen drie afkomstig zijn uit werkgeverskringen en drie uit de werknemerskring.
3. De drie uit werkgeverskring afkomstige personen worden benoemd op schriftelijke voordracht van representatieve organisaties van werkgevers. De drie uit werknemerskring afkomstige personen worden benoemd op schriftelijke voordracht van representatieve organisaties van werknemers.
4. Of een organisatie representatief is als bedoeld in het tweede en derde lid, wordt elke vijf jaar aangetoond door overlegging van gegevens waaruit het aantal actieve leden blijkt. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verificatie van deze gegevens.
Voor elk lid wordt een plaatsvervanger benoemd. Artikel 3 is Pro van overeenkomstige toepassing.