Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Gerecht
ntvankelijkheid beroep
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, directeur en grootaandeelhouder van een BV, was tegen een aanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) voor 2018 in beroep gegaan. Het Gerecht had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep niet was ingesteld door de aanslagplichtige BV, maar door belanghebbende persoonlijk.
Het Hof overweegt dat de uitspraak op bezwaar gericht was aan belanghebbende, die tevens namens de BV heeft opgetreden. Op grond van artikel 8.101, lid 3, onder c, BBES is hij daarom gerechtigd beroep in te stellen. Daarnaast blijkt uit stukken dat belanghebbende namens de BV het beroep heeft ingesteld.
Daarom had het Gerecht het beroep ontvankelijk moeten verklaren. Het Hof vernietigt de uitspraak van het Gerecht en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht voor het hoger beroep vergoed. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.