Uitspraak
Uitspraak
,
1.Procesverloop
2.Feiten
“De heer [A]”en
“De heer [C]”.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, werkzaam op basis van een civielrechtelijke overeenkomst bij de Inspectie der Belastingen, betwistte de geldigheid van het mandaat van een medewerker die geen ambtenaar is. Het Gerecht oordeelde in een tussenuitspraak dat ook civielrechtelijk werkzame personen gemandateerd kunnen worden en dat belanghebbende niet door de gestelde ongeldigheid is benadeeld.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze tussenuitspraak. Het Hof oordeelde dat tegen een tussenuitspraak in belastingzaken geen zelfstandig hoger beroep openstaat en dat grieven tegen een tussenuitspraak slechts kunnen worden aangevoerd in hoger beroep tegen de einduitspraak. Omdat in deze zaak nog geen einduitspraak is gedaan, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De procedure betrof naheffingsaanslagen en vergrijpboetes over de jaren 2009 tot en met 2012. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de aanslagen en boetes, waarna een vaststellingsovereenkomst werd gesloten. De Inspecteur had de bezwaren deels gegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk. De discussie over het mandaat van de medewerker speelde in de bezwaarfase en werd door het Gerecht in eerste aanleg in de tussenuitspraak behandeld.
Het Hof bevestigde dat het mandaat van een civielrechtelijk medewerker rechtsgeldig is en dat het hoger beroep tegen de tussenuitspraak niet-ontvankelijk is. Partijen kunnen tegen de einduitspraak hoger beroep of cassatie instellen. De uitspraak werd op 28 juni 2023 in het openbaar gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep tegen de tussenuitspraak niet-ontvankelijk omdat hoger beroep tegen een tussenuitspraak pas bij de einduitspraak mogelijk is.