ECLI:NL:OGHACMB:2023:119
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- A.H.M. van de Leur
- P.A.M. Pijnenburg
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging voorlopige hechtenis ondanks betwisting DNA-bewijs
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De rechter-commissaris had op 30 mei 2023 een verlenging van dertig dagen bevolen, waarvan de tenuitvoerlegging op 31 mei 2023 begon. Verdachte kwam op 13 juni 2023 in hoger beroep.
Er bestond onduidelijkheid over de aanvang van de beroepstermijn vanwege tegenstrijdige bepalingen in het Wetboek van Strafvordering (artikelen 44 en 104 Sv). Het Hof oordeelde dat de beroepstermijn pas begint te lopen wanneer het bevel schriftelijk aan verdachte is betekend of anderszins ter kennis is gebracht. Omdat niet was vastgesteld dat dit schriftelijkheidsvereiste was voldaan, kon niet worden geoordeeld dat het beroep te laat was ingediend, waardoor verdachte ontvankelijk werd verklaard.
De raadsvrouw van verdachte voerde aan dat het DNA-onderzoek uitwees dat verdachte het vuurwapen niet had vastgehouden of gebruikt, en dat de voorlopige hechtenis daarom onterecht was. De procureur-generaal stelde daartegenover dat er ernstige bezwaren bestonden, onder meer door verklaringen van de aangever en de vondst van een zilverkleurige revolver en een schoudertas in de woning van verdachte. Tevens bleven de gronden voor verlenging, zoals de 6-jaarsgrond en geschokte rechtsorde, onverminderd van kracht.
Het Hof concludeerde dat er voldoende aanwijzingen waren voor betrokkenheid van verdachte bij de feiten en dat de verlengingsgronden nog steeds aanwezig waren. De situatie van artikel 101 lid 3 Sv Pro, die aanleiding zou kunnen geven tot opheffing, deed zich niet voor. Daarom verklaarde het Hof het beroep ongegrond en bevestigde het de verlenging van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de verlenging van de voorlopige hechtenis en verklaart het beroep van verdachte ongegrond.