Uitspraak
Uitspraak
te Curaçao,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende maakte bezwaar tegen het niet opleggen van aanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ over 2015 en tegen de aanslagen over 2016. Het geschil betrof met name de aftrek van studiekosten en rentelasten.
Het Hof overweegt dat voor 2015 geen aanslagen zijn opgelegd omdat de aangifte te laat was ingediend, na de verlengde termijn van 36 maanden. Dit is in overeenstemming met de Landsverordening op de inkomstenbelasting en het beleid van de Belastingdienst. De aanslag premie AOV voor 2015 is wel terecht opgelegd op grond van de specifieke wettelijke regeling.
Voor 2016 is de aanslag inkomstenbelasting vastgesteld met een belastbaar inkomen na aftrek van studiekosten en rentelasten. Het Hof bevestigt dat slechts een deel van de studiefinanciering van de dochter betrekking heeft op zuivere studiekosten en dat de door belanghebbende opgevoerde collegegeldkosten niet volledig aftrekbaar zijn. De rentelasten zijn volledig geaccepteerd.
Het Hof wijst de grieven van belanghebbende af en bevestigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg. Er is geen sprake van willekeur of schending van het motiveringsbeginsel door de Inspecteur.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat voor 2015 terecht geen aanslagen zijn opgelegd en dat de aanslagen over 2016 correct zijn vastgesteld.