De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg Aruba waarin een fictieve afwijzende beschikking op bezwaar tegen een hindervergunning voor een verbrandingsinstallatie werd vernietigd. Het Gerecht had de minister opgedragen binnen drie maanden reëel te beschikken op het bezwaar.
Appellante stelde dat het Gerecht het beroep inhoudelijk had moeten behandelen en de vergunning op rechtmatigheid had moeten toetsen. Ook klaagde zij over de lange beslistermijn en het ontbreken van een dwangsom. Het Hof overweegt dat het Gerecht niet verplicht is inhoudelijk te toetsen en dat het ontbreken van een verweerschrift niet leidt tot aanvaarding van alle stellingen van appellante.
Het Hof benadrukt dat het Gerecht een redelijke termijn mag stellen voor een reële beschikking en dat de beroepsprocedure geen grondslag biedt voor het opleggen van een dwangsom. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Daarnaast geeft het Hof een uitgebreide toelichting op de mogelijkheden die de Landsverordening administratieve rechtspraak biedt bij niet of niet tijdig beslissen, waaronder inhoudelijke toetsing, het stellen van termijnen, het opleggen van vergoedingen en het treffen van voorlopige voorzieningen.
De uitspraak is gewezen door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 9 augustus 2023.