ECLI:NL:OGHACMB:2023:190

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
18 oktober 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
SXM2020H00090
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Familieconflict over eigendomsrechten en bezit van grond met inschrijving in openbare registers

In deze civiele zaak bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba staat het geschil centraal over bezit en eigendomsrechten van verschillende percelen grond die in familieverband zijn verdeeld. De appellanten zijn bezitter van een groot perceel (meetbrief 1998/256), maar geïntimeerden stellen een sterker recht te hebben op delen daarvan, gebaseerd op eerdere meetbrieven en feitelijke aanleg.

Het Hof bevestigt het bezit van verschillende meetbrieven door de betrokken familieleden en stelt vast dat het bezit van appellanten van meetbrief 1998/256 niet uitsluit dat andere familieleden een sterker goederenrechtelijk recht hebben op delen van die grond. Het Hof verklaart voor recht dat geïntimeerde 1 een sterker recht heeft op meetbrief 184/2005, waarop een fundering is aangelegd, en dat geïntimeerden 1 en 2 een sterker recht hebben op meetbrief 71/2006.

Het Hof beveelt appellanten om deze percelen in eigendom te leveren aan de geïntimeerden en verklaart dat dit vonnis in de plaats treedt van een notariële leveringsakte. De overige grond blijft in bezit van appellanten. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierelatie, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het Hof oordeelt dat geïntimeerden een sterker recht hebben op delen van de grond en beveelt appellanten tot levering van deze percelen.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[GEÏNTIMEERDE 1]en
[GEÏNTIMEERDE 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden]
en afzonderlijk: [geïntimeerde 1] respectievelijk [geïntimeerde 2],
oorspronkelijk eisers in conventie en gedaagden in reconventie,
thans appellanten,
gemachtigde: E.I. Maduro,
tegen
[APPELLANT 1]en
[APPELLANT 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten]
en afzonderlijk: [appellant 1]. respectievelijk [appellant 2],
oorspronkelijk gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
thans geïntimeerden,
gemachtigde: R.E. Duncan.

1.Het verder verloop van de procedure

1.1
Voor het verloop tot dan toe verwijst het Hof naar zijn tussenvonnissen van 30 september 2022 en 18 januari 2023.
1.2
Op 6 april 2023 hebben beide partijen een akte na tussenvonnis genomen. Bij die van [geïntimeerden] zijn producties gevoegd.
1.3
Op 17 mei 2023 hebben beide partijen antwoordakte genomen. Bij die van [geïntimeerden] zijn producties gevoegd.
1.4
Vonnis is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Het Hof gaat, gelet op de akten van 6 april 2023 en 17 mei 2023, ervan uit dat geen schikking mogelijk is. Een verdeling is niet gevorderd.
2.2.
Het Hof houdt vast aan zijn oordeel dat:
- [Geïntimeerde 2] bezitter is van meetbrief 338/2004;
- [Naam 1] bezitter is van meetbrief 92/1999 en meetbrief 353/2008;
- [Naam 2] en [naam 3] bezitter zijn van meetbrief 32/2013;
- [Appellanten] bezitter zijn van de rest van meetbrief 1998/256.
2.3.
Dat [appellanten] bezitter zijn van de rest van meetbrief 1998/256 sluit niet uit dat in familieverband andere familieleden een sterker recht hebben op een stuk grond in de rest van meetbrief 1998/256. Het is duidelijk, onder meer blijkens haar verzoek tot voeging, dat [naam 4], de moeder van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1], achter haar kinderen staat.
2.4.
Het Hof is van oordeel en zal beslissen dat [geïntimeerde 1] tegenover [appellanten] een sterker recht heeft ten aanzien van meetbrief 184/2005 waarop hij een fundering voor een huis heeft aangelegd, ook al zou deze aanleg [appellanten] zijn ontgaan.
2.5.
Wat betreft de kleine ter ontsluiting dienende meetbrief 71/2006, hebben [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] daarop een sterker recht tegenover [appellanten].
2.6.
De resterende grond blijft onder het bezit van [appellanten] vallen.
2.7. [
[Appellanten] zijn dus bezitter van meetbrief 1998/256 onder aftrek van: meetbrief 338/2004, meetbrief 92/1999 en meetbrief 353/2008, meetbrief 32/2013, meetbrief 184/2005 en meetbrief 71/2006. Het Hof zal ter zake, ten behoeve van [appellanten], een verklaring voor recht geven.
2.8.
Het Hof zal op dezelfde voet als het Gerecht in de twee vonnissen van 23 maart 2021 (producties HBT-3 en 4 bij akte van [appellanten]van 28 oktober 2022), ten behoeve van [geïntimeerden], verklaringen voor recht geven en bevelen tot levering, onder de bepaling dat dit vonnis in de plaats treedt van een tot levering bestemde notariële akte.
2.9.
Gelet op de familierelatie worden de kosten gecompenseerd.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
- vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende:
- verklaart voor recht dat [geïntimeerde 1] tegenover [appellanten] een sterker recht heeft ten aanzien van het perceel met meetbrief 184/2005, gelegen aan de [adres], in [adres] in [woonplaats];
- verklaart voor recht dat [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] tegenover [appellanten] een sterker recht hebben ten aanzien van het perceel met meetbrief 71/2006, gelegen aan de [adres], in [adres] in [woonplaats];
- verklaart voor recht dat [appellanten] bezitter zijn van meetbrief 1998/256 onder aftrek van: meetbrief 338/2004, meetbrief 92/1999 en meetbrief 353/2008, meetbrief 32/2013, meetbrief 184/2005 en meetbrief 71/2006;
- veroordeelt [appellanten] om het perceel met meetbrief 184/2005 in eigendom aan [geïntimeerde 1] te leveren;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte betreffende het perceel met meetbrief 184/2005;
- veroordeelt [appellanten] om het perceel met meetbrief 71/2006 in eigendom aan [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 1] te leveren;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte betreffende het perceel met meetbrief 71/2006;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- compenseert de proceskosten zodanig dat elke partij de eigen kosten dient te dragen.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en Th.G. Lautenbach , leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uitgesproken in Sint Maarten op 18 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.