Uitspraak
1.[ERFGENAAM 1],
2.[ERFGENAAM 2],
[ERFGENAAM 3],
4.[ERFGENAAM 4],
5.[ERFGENAAM 5],
Het verdere verloop van de procedure
De verdere beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak betreffende de verdeling van nalatenschappen heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij vonnis van 8 oktober 2024 een aanvullend voorschot voor de deskundige vastgesteld. Dit volgt op een eerder tussenvonnis waarin de deskundige was benoemd.
De deskundige had op 14 augustus 2024 verzocht om een aanvullend voorschot van NAf 32.000 exclusief omzetbelasting, gelijk aan het eerste voorschot, vanwege de complexiteit van de zaak. Het Hof acht dit bedrag passend en heeft het voorschot vastgesteld. De wijze van betaling volgt de eerdere regeling uit het derde tussenvonnis.
Het Hof heeft partijen, vertegenwoordigd door verschillende gemachtigden, bevolen om mee te werken aan de betaling van het voorschot door FIBV, ondanks dat sommige partijen nadere voorwaarden wilden stellen om de gelden veilig te stellen. Het Hof oordeelde dat deze voorwaarden niet redelijk zijn en dat de voortgang van het onderzoek niet afhankelijk mag zijn van deze voorwaarden.
Indien het voorschot niet binnen vier weken wordt betaald, treedt dit vonnis in de plaats van een akte waaruit de medewerking van alle partijen blijkt. De deskundige mag het onderzoek pas voortzetten na ontvangst van het volledige voorschot en dient partijen gelegenheid te geven tot opmerkingen. Het schriftelijk bericht van de deskundige moet uiterlijk 1 juni 2025 worden ingediend. Het Hof houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Het Hof stelt een aanvullend voorschot van NAf 32.000 exclusief OB vast en beveelt partijen mee te werken aan tijdige betaling.