ECLI:NL:OGHACMB:2024:210
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- G.C.C. Lewin
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Land Aruba tot medewerking erfpachtuitgiftes volgens overeenkomsten
In deze zaak stond de vraag centraal of het Land Aruba gehouden is mee te werken aan de vestiging van erfpachten op de percelen Colorado 261 en 263, conform de overeenkomsten van 1 augustus 2017 met Ocean Eco Cleaning.
Het Hof oordeelde dat de overeenkomsten niet nietig zijn, ondanks het verstreken van de geldigheidstermijn en huurachterstanden, die door het Land zelf zijn veroorzaakt en kennelijk niet zwaar werden gewogen. Ook de stelling dat sprake zou zijn van schenking werd verworpen.
Het beleid van het Departement van Infrastructuur en Planning (DIP) omtrent de uitgifte van terreinen in erfpacht was niet onredelijk en niet in strijd met het Didam-arrest. De bestemming van de erfpacht blijft woonbestemming; een wijziging naar commercieel werd afgewezen omdat deze niet tot stand is gekomen en de geldende bestemmingsplannen dit verhinderen.
Het bestreden vonnis werd vernietigd en het Land werd veroordeeld tot medewerking aan de vestiging van de erfpachten. Indien het Land niet binnen drie maanden aan deze veroordeling voldoet, treedt het vonnis in de plaats van die medewerking. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot medewerking aan de vestiging van erfpachten conform de overeenkomsten, met vervangende werking bij niet-naleving binnen drie maanden.