Uitspraak
Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende werd een aanslag inkomstenbelasting 2015 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 410.000, omdat hij geen aangifte had gedaan. Na bezwaar en beroep stelde het Gerecht het belastbaar inkomen vast op NAf 85.000. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij in 2015 geen belastbare inkomsten had genoten, maar leefde van opbrengsten uit de verkoop van onroerend goed in 2014 en 2015.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de aanslag ambtshalve mocht vaststellen, maar dat belanghebbende het bewijs moest leveren dat hij op andere wijze in zijn levensonderhoud had voorzien. Met de overgelegde vermogensopstelling, specificaties van rekening-courant vorderingen en nota’s van afrekening maakte belanghebbende aannemelijk dat hij per saldo van deze opbrengsten kon leven.
Het Hof vond echter niet dat het belastbaar inkomen nihil moest zijn en sloot aan bij het door belanghebbende ingediende aangiftebedrag van NAf 21.360. De Inspecteur kon niet overtuigend aantonen dat dit inkomen niet reëel was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd naar NAf 21.360, en de Inspecteur werd veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt verminderd naar NAf 21.360 conform de ingediende aangifte van belanghebbende.