Uitspraak
1.Procesverloop
2.De vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft diensten verricht voor het Land Aruba en facturen uitgereikt die niet tijdig zijn betaald. Zij verrekende haar belastingschulden met deze onbetaalde vorderingen, wat de Inspecteur niet accepteerde en naheffingsaanslagen en verzuimboeten oplegde.
Het Gerecht verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat de Landsverordening invordering directe belastingen (LIDB) geen verrekening door belastingplichtigen toestaat, en dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. Het Hof onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat alleen de Ontvanger bevoegd is tot verrekening van belastingschulden en vorderingen.
Belanghebbende stelde dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden en verwees naar het verrekeningsbeleid uit de Landscourant van 2014, maar het Hof oordeelt dat dit beleid niet het wettelijke verrekeningsverbod opheft. De naheffingsaanslagen en verzuimboeten zijn daarom terecht opgelegd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en verzuimboeten worden bevestigd.