ECLI:NL:OGHACMB:2024:44
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- E.A. Saleh
- C.J.H.G. Bronzwaer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huur bedrijfspanden Palm Beach Strip zonder toestemming huurcommissie
In deze zaak huurt [Appellant] twee bedrijfspanden van Golden Strip Development N.V. (GSD) aan de Palm Beach Strip in Aruba. GSD wenst de huur op te zeggen, maar [Appellant] betwist dit en voert aan dat toestemming van de huurcommissie vereist is. Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde dat de huurcommissie niet bevoegd was omdat de panden onder de uitzondering van art. 7:274 lid 2 BW Pro vallen.
Het Hof stelt vast dat het appelverbod, dat normaal geldt bij uitspraken over huurcommissiebesluiten, hier niet van toepassing is omdat het Gerecht slechts een voorvraag heeft beantwoord en geen beslissing heeft genomen over de daadwerkelijke toestemming tot huuropzegging. Het Hof beoordeelt daarom de zaak inhoudelijk.
Op grond van art. 7:274 lid 2 BW Pro is voor panden die in of ruimtelijk verbonden zijn met hotels gelegen zijn, geen toestemming van de huurcommissie vereist voor huuropzegging. Het Hof volgt de uitleg dat de bedrijfspanden aan de Palm Beach Strip ruimtelijk verbonden zijn met de tegenoverliggende high rise hotels en daarmee onder deze uitzondering vallen.
De stelling van [Appellant] dat er geen specifieke hotels zijn waarmee het gehuurde verbonden is, wordt verworpen omdat het gaat om een conglomeraat van hotels en ondernemingen die wederzijds van elkaar afhankelijk zijn. Het Hof bevestigt de bestreden beschikking en veroordeelt [Appellant] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat geen toestemming van de huurcommissie vereist is voor huuropzegging en wijst het hoger beroep van [Appellant] af.