ECLI:NL:OGHACMB:2025:206
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing conservatoir beslag wegens ongerechtvaardigde verrijking in horeca-gehuurde
Deze zaak betreft een hoger beroep van [appellant] tegen de afwijzing door het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van zijn verzoek om conservatoir beslag te mogen leggen op grond van een vordering tot ongerechtvaardigde verrijking. [Appellant] stelde dat hij na ontbinding van de huurovereenkomst verbeteringen in het gehuurde horeca-pand had achtergelaten, waarvoor hij compensatie vorderde. Het Gerecht wees het beslagverzoek af wegens onvoldoende deugdelijkheid van de vordering en twijfel over de gestelde verarming en schade.
In hoger beroep bevestigt het Hof deze beslissing. Het Hof oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk had kunnen zijn vanwege de wijze van instellen, maar acht het passend het gedingstuk als beroepschrift te kwalificeren en inhoudelijk te behandelen. Het Hof constateert dat de vordering vragen oproept over de verarming en schade en dat de belangenafweging in het kader van proportionaliteit en subsidiariteit niet in het voordeel van [appellant] uitvalt, mede gelet op het tijdsverloop sinds het beslagrekest.
Het Hof wijst erop dat [appellant] de vordering in een hoofdzaak kan voortzetten en dan een nieuw beslagrekest kan indienen, waarbij de huidige beschikking als uitgangspunt kan dienen. De afwijzing van het beslagverzoek staat een nieuwe beoordeling op basis van de actuele situatie niet in de weg. Het hoger beroep wordt afgewezen en [appellant] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het conservatoir beslag wordt bevestigd.