Uitspraak
,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant vorderde betaling van een bedrag van Cg 11.500,- van geïntimeerde, maar het Gerecht in eerste aanleg wees deze vordering af. Appellant stelde hoger beroep in, maar dit werd te laat ingediend, namelijk na het verstrijken van de beroepstermijn van drie weken die geldt voor kort geding zaken.
Het Hof oordeelde dat de termijn van drie weken strikt van openbare orde is en dat het niet verkrijgen van een bewijs van onvermogen geen bijzondere omstandigheid vormt die een termijnoverschrijding kan rechtvaardigen. Appellant werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.
Het verzoek van appellant om kosteloos te mogen procederen werd toegewezen op basis van het overgelegde bewijs van onvermogen. De proceskosten aan de zijde van geïntimeerde werden begroot op Cg 4.123,50. Het Hof wees het in hoger beroep meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn en veroordeeld in de proceskosten.