De zaak betreft een geschil tussen appellant en Kelmador Holdings N.V. over de vraag of appellant in dienst was van Kelmador en of zijn ontslag rechtsgeldig was. Appellant stelde dat hij sinds 1979 werknemer was en dat het ontslag onrechtmatig was, met verzoeken tot herplaatsing, loonbetaling en schadevergoeding.
Het Hof heeft vastgesteld dat appellant sinds 1990 bestuurder was van de aandeelhouder Sea Haven en werkzaamheden verrichtte met een grote mate van zelfstandigheid, zonder aanwijzingen van een gezagsverhouding die kenmerkend is voor een arbeidsovereenkomst. Er was onvoldoende bewijs van loonbetaling door Kelmador. De aandeelhoudersvergadering die tot ontslag leidde, was rechtsgeldig en correct georganiseerd.
De vorderingen van appellant die gebaseerd waren op een arbeidsovereenkomst zijn daarom afgewezen. Wel is een schadevergoeding van 2.000 gulden toegekend wegens de onnodig grievende wijze van ontruiming en publicatie, welke inmiddels is voldaan. Het hoger beroep is verworpen en appellant is veroordeeld in de proceskosten.