Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
Omvang van het geding
Niet uitzetten tot zes weken na de nieuwe beschikking op bezwaar
Overschrijding redelijke termijn
Het Hof stelt vast dat appellant inderdaad tijdig om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft verzocht en dat het Gerecht ten onrechte niet in zijn uitspraak op dat verzoek is ingegaan. Het Hof zal het verzoek daarom alsnog beoordelen. Daarbij gaat het Hof uit van de situatie zoals die was op het moment dat het Gerecht uitspraak deed.
De behandeling van het bezwaar en beroep heeft daarmee ruim drie jaar en vierenhalve maanden geduurd. De redelijke termijn is met een jaar en vierenhalve maanden overschreden. Gelet op het tijdsverloop tussen indiening van het bezwaarschrift en de beschikking op bezwaar van 28 maart 2024, komt dat geheel voor rekening van de minister. Het Hof verwijst naar zijn uitspraak van 18 januari 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:64, onder 1.2. Voor de vaststelling van de hoogte van de immateriële schadevergoeding gaat het Hof uit van een tarief van Afl. 500,- per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. De minister wordt daarom veroordeeld tot betaling van een bedrag van Afl. 1.500,- aan appellant.