ECLI:NL:OGHACMB:2025:329

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
CUR2023H00211
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid van een chirurg voor nabehandeling van handletsel en benoeming van deskundige

In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een chirurg, [appellant], die in 2011 een operatie aan de rechterhand van [geïntimeerde] heeft uitgevoerd. De centrale vraag is of de nabehandeling die [appellant] heeft gegeven voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. [geïntimeerde] stelt dat dit niet het geval is en dat zij daardoor schade heeft geleden. In een eerder tussenvonnis heeft het Hof geoordeeld dat een nieuw deskundigenbericht noodzakelijk is. In het huidige vonnis wordt dr. R. Feitz benoemd als deskundige om de nabehandeling te onderzoeken en om te bepalen of de chirurg heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en bekwaam arts verwacht mag worden. Het Hof heeft partijen de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de benoeming van de deskundige en de aan hem te stellen vragen. De deskundige moet onder andere een chronologisch overzicht maken van de nabehandeling en de huidige medische situatie van [geïntimeerde] vaststellen. Het Hof heeft ook bepaald dat [appellant] het voorschot voor de deskundige moet betalen en dat de deskundige niet met het onderzoek kan beginnen voordat het voorschot is ontvangen. De procedure zal na ontvangst van het deskundigenbericht worden voortgezet.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers: CUR201801781 en CUR2023H00211
Uitspraak: 16 december 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[appellant],
die woont in [woonplaats],
in eerste aanleg gedaagde,
thans appellant,
gemachtigde: mr. drs. A.J. Henriquez,
tegen
[geïntimeerde],
die woont in [woonplaats,
in eerste aanleg eiseres,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols.
Partijen worden hierna aangeduid als [appellant] respectievelijk [geïntimeerde].

1.De zaak in het kort

[appellant], chirurg, heeft in 2011 een operatie uitgevoerd aan de rechterhand van [geïntimeerde]. De vraag die in deze zaak centraal staat is of de nabehandeling voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. Volgens [geïntimeerde] is dat niet het geval en is [appellant] om die reden aansprakelijk voor de door haar als gevolg daarvan geleden (en te lijden) schade. In het vorige tussenvonnis heeft het Hof geoordeeld dat een nieuw deskundigenbericht noodzakelijk is. In dit vonnis wordt een deskundige benoemd.

2.Het verdere verloop van de procedure

2.1
Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 6 mei 2025 (ECLI:NL:OGHACMB:2025:114), waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de te benoemen deskundige en de aan deze te stellen vragen.
2.2
Partijen hebben zich uitgelaten bij akte, [appellant] op 4 juli 2025 en [geïntimeerde] op 30 september 2025.
2.3
Mr. D.C. Narvaez heeft in zijn hoedanigheid van curator van de failliet verklaarde stichting Stichting Sint Elisabeth een akte in deze zaak ingediend op de rolzitting van het Hof van 30 september 2025.
2.4
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

3.De verdere beoordeling

3.1
De stichting Stichting Sint Elisabeth en haar curator zijn geen partij in deze zaak. In de akte van 30 september 2025 heeft de curator ook niet te kennen gegeven van mening te zijn dat zij wel partij zijn of verzocht dat zij als partij zullen worden toegelaten. Het Hof volstaat met deze vaststelling en legt de akte van de curator verder terzijde.
3.2
Partijen zijn het eens over de benoeming van dr. Feitz als deskundige. Op verzoek van het Hof heeft hij verklaard bereid en in staat te zijn het onderzoek te verrichten en geen nauwe banden met partijen en hun gemachtigden te hebben. Dr. Feitz heeft zijn kosten begroot op (afgerond) USD 9.396 (inclusief onderzoek, rapportage, huur locatie en communicatie met partijen over het concept-rapport). Deze offerte gaat er vanuit dat het medisch onderzoek van [geïntimeerde] in Bonaire plaatsvindt en dat zij daarvoor naar Bonaire reist. Partijen zijn per mail akkoord gegaan met deze werkwijze en dit voorschot, zodat dit zo zal worden vastgesteld.
3.3
In het tussenvonnis is beslist dat [appellant] het voorschot voor de deskundige moet betalen. Het is wenselijk dat betaling binnen twee weken na dit vonnis gebeurt, omdat de deskundige dan snel daarna aan de slag kan. Indien door niet tijdige betaling van het voorschot het onderzoek moet worden uitgesteld zal dit tot extra (reis)kosten voor de deskundige leiden en daarmee tot verhoging van het door [appellant] te betalen voorschot.
3.4
In het tussenvonnis heeft het Hof een aantal vragen geformuleerd. Partijen hebben daarop gereageerd en hebben nadere vragen voorgesteld. Met inachtneming van die reacties zal het Hof de volgende vragen aan de deskundige stellen:
I. Kunt u aan de hand van het medisch dossier en navraag bij partijen een nauwkeurig feitelijk chronologisch overzicht (van dag tot dag) maken van de nabehandeling vanaf het moment van de operatie op 3 augustus 2011 en op basis daarvan de volgende vragen beantwoorden:
1a. Wat heeft [appellant] na de operatie als nabehandeling geadviseerd in zijn diverse contacten met [geïntimeerde] (op 3 augustus, 12 augustus, 26 augustus en 26 september 2011)?
b. Welk type spalk heeft [appellant] geadviseerd en heeft hij daarbij meegedeeld aan [geïntimeerde] op welke wijze met de aangebrachte spalk moest worden omgegaan; moest de spalk een deel van de dag en de nacht gedragen worden en zo ja, wanneer dan en hoe lang?
c. Wat heeft [appellant] geadviseerd over het volgen van fysiotherapie ?
2a. Wanneer is de fysiotherapeut, [dokter], voor het eerst geconsulteerd door [geïntimeerde] ?
b. Welk advies heeft [dokter] gegeven, ook ten aanzien van het blijven dragen van de spalk, al of niet tijdens een deel van de dag en de nacht?
3. Welke nabehandeling heeft [geïntimeerde] feitelijk toegepast vanaf het moment van de operatie, in navolging van dan wel in afwijking van door [appellant] en/of de fysiotherapeut gegeven adviezen.
4. Was de nabehandeling zoals door [appellant] geadviseerd zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts in 2011 mocht worden verwacht, ook als rekening gehouden wordt met het gedrag van [geïntimeerde] in navolging van dan wel in afwijking van de adviezen van [appellant] en/of de fysiotherapeut?
II. Kunt u aan de hand van het medisch dossier beschrijven welke vervolgbehandelingen hebben plaatsgevonden bij [geïntimeerde] ?
III. Kunt u aan de hand van lichamelijk onderzoek bij [geïntimeerde] beschrijven wat de huidige feitelijke situatie is van haar rechterhand en kunt u ook haar huidige medische situatie in het algemeen beschrijven, inclusief pijnklachten?
IV. Zijn de huidige medische situatie van [geïntimeerde] en de huidige feitelijke situatie van haar rechterhand het gevolg van een fout van [appellant] dan wel, rekening houdend met vervolgbehandelingen, mede het gevolg van een fout van hem?
V. Indien de huidige medische situatie en de feitelijke situatie van de rechterhand van [geïntimeerde] mede zijn oorzaak vinden in vervolgbehandelingen en/of andere oorzaken, kunt u dan in schattenderwijs vast te stellen percentages aangeven in welke mate elke oorzaak afzonderlijk heeft bijgedragen aan de huidige medische situatie van [geïntimeerde]?
VI. Wilt u buiten voorgaande vragen om nog opmerkingen maken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van dit geval ?
VII. Wilt u een concept van uw rapport voorleggen aan partijen, hun commentaar in de definitieve versie van het rapport vermelden en dat commentaar voorzien van een gemotiveerde reactie van uw kant?
3.5
De door [appellant] in de laatste akte voorgestelde specifieke vragen acht het Hof niet nodig, omdat zij vallen onder hetgeen het Hof vraagt in de vorm van ruimere vragen, zo open en neutraal mogelijk geformuleerd.
3.6.
De procedure voor, tijdens en na het deskundigenonderzoek wordt voor het overige hierna in het dictum beschreven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
benoemt als deskundige:
dr. R. Feitz,
telefoonnummer: +31303200556
contact via het Handcentrum :
info@handcentrum.nl
legt aan de deskundige de volgende vragen voor:
I. Kunt u aan de hand van het medisch dossier en navraag bij partijen een nauwkeurig feitelijk chronologisch overzicht (van dag tot dag) maken van de nabehandeling vanaf het moment van de operatie op 3 augustus 2011 en op basis daarvan de volgende vragen beantwoorden:
1a. Wat heeft [appellant] na de operatie als nabehandeling geadviseerd in zijn diverse contacten met [geïntimeerde] (op 3 augustus, 12 augustus, 26 augustus en 26 september 2011)?
b. Welk type spalk heeft [appellant] geadviseerd en heeft hij daarbij meegedeeld aan [geïntimeerde] op welke wijze met de aangebrachte spalk moest worden omgegaan; moest de spalk een deel van de dag en de nacht gedragen worden en zo ja, wanneer dan en hoe lang?
c. Wat heeft [appellant] geadviseerd over het volgen van fysiotherapie ?
2a.Wanneer is de fysiotherapeut, [dokter], voor het eerst geconsulteerd door [geïntimeerde] ?
b. Welk advies heeft [dokter] gegeven, ook ten aanzien van het blijven dragen van de spalk, al of niet tijdens een deel van de dag en de nacht?
5. Welke nabehandeling heeft [geïntimeerde] feitelijk toegepast vanaf het moment van de operatie, in navolging van dan wel in afwijking van door [appellant] en/of de fysiotherapeut gegeven adviezen.
6. Was de nabehandeling zoals door [appellant] geadviseerd zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam arts in 2011 mocht worden verwacht, ook als rekening gehouden wordt met het gedrag van [geïntimeerde] in navolging van dan wel in afwijking van de adviezen van [appellant] en/of de fysiotherapeut?
II. Kunt u aan de hand van het medisch dossier beschrijven welke vervolgbehandelingen hebben plaatsgevonden bij [geïntimeerde] ?
III. Kunt u aan de hand van lichamelijk onderzoek bij [geïntimeerde] beschrijven wat de huidige feitelijke situatie is van haar rechterhand en kunt u ook haar huidige medische situatie in het algemeen beschrijven, inclusief pijnklachten?
IV. Zijn de huidige medische situatie van [geïntimeerde] en de huidige feitelijke situatie van haar rechterhand het gevolg van een fout van [appellant] dan wel, rekening houdend met een vervolgbehandelingen, mede het gevolg van een fout van hem?
V. Indien de huidige medische situatie en de feitelijke situatie van de rechterhand van [geïntimeerde] mede zijn oorzaak vinden in vervolgbehandelingen en/of andere oorzaken, kunt u dan in schattenderwijs vast te stellen percentages aangeven in welke mate elke oorzaak afzonderlijk heeft bijgedragen aan de huidige medische situatie van [geïntimeerde]?
VI. Wilt u buiten voorgaande vragen om nog opmerkingen maken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van dit geval ?
VII. Wilt u een concept van uw rapport voorleggen aan partijen, hun commentaar in de definitieve versie van het rapport vermelden en dat commentaar voorzien van een gemotiveerde reactie van uw kant ?
over het voorschot
bepaalt het voorschot op de schadeloosstelling en het loon van de deskundige op USD 9.396 en bepaalt partij [appellant] dit voorschot aan de deskundige dient te betalen
uiterlijk binnen twee weken na heden;
bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek aanvangt dan na ontvangst van het volledige voorschot;
over het dossier
draagt partij [appellant] op om
uiterlijk binnen vier weken na hedenafschrift van het gehele dossier (bij het Gerecht en in hoger beroep) aan de deskundige te doen toekomen;
over het deskundigenrapport
draagt de deskundige op bij het onderzoek partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en in het schriftelijk bericht te doen blijken dat hieraan is voldaan;
bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het Hof,
uiterlijk drie maandenna ontvangst van het volledige voorschot, onder indiening van een declaratie onder vermelding van:
registratienummer CUR2023H00211 deskundigenbericht [appellant]/[geïntimeerde];
over het vervolg van de procedure
bepaalt dat het Hof na ontvangst van het deskundigenbericht de zaak naar de eerstvolgende Hofrol in Curaçao zal verwijzen voor conclusie na deskundigenbericht, eerst aan de zijde van [appellant], daarna aan de zijde van [geïntimeerde];
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, G.C.C. Lewin en W.P.M. ter Berg, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.