Uitspraak
1.[appellant 1]
,
[appellant 2],
[appellant 3],
[appellant 4],
[appellant 5],
[appellant 6],
1.[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
De zaak in het kort
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een geschil over de eigendom en het gebruik van twee appartementen die sinds 2005 door de geïntimeerden worden bewoond. De appellanten, erfgenamen van de overleden eigenaar, vorderen ontruiming wegens achterstallige huurbetalingen en stellen dat sprake is van een huurovereenkomst. De geïntimeerden betwisten dit en stellen dat zij de woningen via huurkoop hebben verkregen.
Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af omdat de appellanten onvoldoende bewijs leverden van de huurovereenkomst. In hoger beroep wijzigden de appellanten hun eis en voegden een verklaring voor recht toe over achterstallige huurpenningen en eigendomsrecht. Het Hof oordeelt dat deze eiswijziging niet in strijd is met de procesorde.
De kern van het geschil is de vraag of de woningen zijn verhuurd of via huurkoop zijn overgedragen. Hoewel de appellanten stelden dat de erflater mondeling een huurovereenkomst sloot en dat betalingen bewijs daarvan zijn, zijn deze stellingen onvoldoende concreet en onderbouwd. Het Hof volgt het Gerecht en laat geen bewijslevering toe. De vorderingen worden afgewezen en de appellanten worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van afwijzing van de ontruimingsvordering wegens onvoldoende bewijs van de huurovereenkomst.