ECLI:NL:OGHACMB:2025:8
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en pensioenrechten na echtscheiding
Partijen, een man en een vrouw, zijn gescheiden en betrokken bij een geschil over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. Het Hof heeft in een tussenvonnis van mei 2024 de zaak naar rol verwezen voor aktewisseling en spreekt nu het eindvonnis uit. De man stelde onder meer dat de peildatum voor de gemeenschap later moest zijn en dat bepaalde auto's niet tot de gemeenschap behoorden. Het Hof verwierp de latere peildatum en achtte aannemelijk dat een auto niet tot de gemeenschap behoorde vanwege een schenking aan de dochter.
Verder werd het meubilair verdeeld op basis van bezit zonder verrekening. De man voerde bezwaar aan tegen de gebruiksvergoeding die de vrouw ontving voor het gebruik van de woning, maar het Hof bevestigde de redelijkheid daarvan op grond van artikel 3:169 BW Pro. De vrouw vorderde tevens de opname van pensioenrechten in de verdeling, wat het Hof volgde, waarbij de man een som ineens of een voorwaardelijke uitkering aan de vrouw moet betalen.
De waarde van de woning werd vastgesteld op het gemiddelde van drie taxaties. Ook huurinkomsten uit appartementen werden verdeeld. De proceskosten werden gecompenseerd, en het Hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg en stelde de verdeling zoals beschreven vast. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en pensioenrechten vast met toedeling van goederen en betalingsverplichtingen aan partijen.